CASTRICUM – Alleen Ron de Haan ( De VrijeLijst), Rob Schijf (GDB) en Marjo Husslage (SP) willen korte metten maken met de planologische bureaucratie waar ondernemer Menno Twisk, eigenaar van het strandvondstenmuseum, nu al een paar jaar tegen vecht. Dat blijkt uit de reacties op de stelling van het Nieuwsblad voor Castricum en dichtbij.nl.

Het strandvondstenmuseum moet wellicht sluiten. Sociaal-cultureel ondernemer Menno Twisk wil geen subsidie en mikt ook niet op een grote horecavergunning. Het enige dat hij nodig heeft van de gemeente om zijn project – museum en pluktuin, met dagbesteding en re-integratietrajecten – te kunnen exploiteren, is een woonvergunning. Twisk wil namelijk een inpandige dienstwoning realiseren: een woonruimte die ook in de toekomst uitsluitend door een bedrijfsleider mag worden bewoond. Hierdoor kan de noodzakelijke renovatie en isolatie van het pand, een oude bollenschuur, worden gefinancierd. De gemeente heeft het verzoek tot nu toe geweigerd, omdat de vergunning niet past binnen de bestaande beleidskaders (een bedrijfswoning in het buitengebied mag alleen indien dit voor de agrarische bedrijfsvoering noodzakelijk is). Tijd voor de politici om een nieuwe wind te laten waaien?

Krampachtig

SP, GDB en VrijeLijst vinden inderdaad dat de gemeente minder krampachtig aan de regels vast moet houden en een creatieve oplossing moet zoeken. Volgens D66-lijsttrekker Marcel Steeman, die van huis uit RO-specialist is, is het niet zo simpel.

Hij wijst erop dat – hoewel uit een draagvlakonderzoek van Twisk bleek dat alle omwonenden een woonvergunning steunen – er als puntje bij paaltje komt vaak toch een omwonende blijkt te zijn die zijn steun intrekt en een zienswijze indient, zo nodig gevolgd door een bezwaar, beroep en hoger beroep. Steeman: “De raad kan het dossier naar zich trekken en botweg een vergunning uitschrijven, maar daar heeft Twisk helemaal niets aan. Als een vergunning wordt verleend waarbij voorbijgegaan wordt aan een aantal toetsen en criteria is die vernietigbaar, met andere woorden: dan maak je Twisk blij met een dooie mus. Sterker nog: als hij naar aanleiding van zo’n vergunning kosten gaat maken voor zijn woning en de vergunning komt te vervallen, kom je in een heel vervelend schadeverhaal. Het is dus in het belang van de gemeente om niet te licht om te gaan met vergunningverlening.”

Ook een klein en gecalculeerd risico voor de gemeente (alleen doorgaan met de vergunningverlening als er géén zienswijzen worden ingediend) is voor Steeman onacceptabel. “Een juridisch niet goed dichtgetimmerde vergunning, die alleen om politieke redenen is verleend, blijft een risico voor Twisk én gemeente. Als eigenaar van een inpandige woning mag je het pand uitbouwen met dakkapellen, erf-afscheidingen e.d. Het risico is dus dat hij gaat verbouwen, misschien zelfs uitbouwen, en later tegen een handhavingsverzoek vanwege niet-legale bouw aan kan lopen.” Steeman wijst er verder op dat het koppelen van de woonvergunning aan de levensduur van het museum juridisch wellicht niet houdbaar is.

Precedentwerking

Daarnaast is er volgens Steeman wel sprake van precedentwerking. “Niet dat anderen ineens een woning kunnen claimen in het buitengebied. Daarvoor moet de situatie vergelijkbaar of eigenlijk zelfs gelijk zijn, en dat zal niet snel gebeuren. Wat de precedentwerking wel is, is dat anderen kunnen verwijzen naar de manier waarop met de regelgeving is omgegaan in dit dossier. Als er, bijvoorbeeld, een kinderboerderij is met maatschappelijk belang, zou deze bij een aanvraag van een bedrijfswoning kunnen verwijzen naar het strandvondstenmuseum. In zo’n geval moet je als gemeente onderbouwen waarom je bij de één losjes omgaat met de regels en bij de ander niet, het gelijkheidsbeginsel. Dat is meerwerk voor de gemeente en kan in sommige gevallen opleveren dat je een andere beslissing moet nemen dan je had bedacht. Ook in andere dossiers kun je niet meer glashard volhouden dat je in beginsel tegen verstening van het buitengebied bent. Zelfs als het alleen maar een inpandige woning is, het is een functieverandering.”

Angst verlamt

Ron de Haan van de VrijeLijst is verbaasd over het relaas van Steeman. “Marcel Steeman doet wat ik al jaren ervaar als we in de gemeenteraad over het Strandvondstenmuseum praten; hij gaat op de angst zitten en verlamt. Ik verbaas me er telkens over dat politici pas gaan bewegen als het eigenlijk al te laat is. Wat schieten we op met de theorieën van Marcel Steeman over ‘als dit dan dat en misschien, mits en tenzij’. Hij kan ook op de museumexploitant afstappen en vragen of hij kan helpen. Als regels moeten veranderen om een museumwoning te creëren, dan heb je als politicus de keuze of je aan het werk wilt gaan om de regels te veranderen, of niet. Marcel Steeman haalt de hele juridische wereld erbij en brengt een hoop wol maar eigenlijk zegt hij in één zin: ik ga niks doen. Het Strandvondstenmuseum, het bollenveld erachter en de pluktuin die Menno Twisk er wil realiseren zijn samen het grootste bedrijf op de Zanderij. Cultuur en cultuurhistorie gaan lokale ondernemers in Castricum de komende jaren steeds meer kansen geven. Dat is van grote betekenis voor de vitaliteit van de gemeente en de inwoners. Ik kijk naar de Zanderij als de poort naar de duinen, waarvan we de toekomst samen met de provincie op een duurzame manier kunnen veiligstellen. Als daar een nieuwe gebiedsvisie voor nodig is, dan schrijf ik die visie. Als daar draagvlak voor bewoners voor nodig is, dan zorg ik voor draagvlak. En als het gemeentebestuur daarbij nodig is, dan wil ik dat Menno Twisk op dat gemeentebestuur kan rekenen.”

keihardeeiscastricumgeennieuwraadhuisbijfusiebuch_1castricum